brug, radiohut&kaartenkamer

Brug

Vanuit het stuurhuis, of de brug, wordt het schip bestuurd. Hier vindt men het stuurwiel met daarvoor het magnetisch kompas. Naast het kompas staat de telegraaf waarmee de orders voor de machinist werden doorgegeven. Aan de voorkant, boven de ramen zijn de roerstandaanwijzer, de toerenteller en het log opgehangen. Hier moest men het vroeger mee doen. Alle radioapparatuur stond in de radiohut. In 1954 kwam de eerste radar aan boord, deze werd in de kaartenkamer opgesteld, waar zich ook de dieptemeter bevond. Tegenwoordig is die in de brug te vinden.

In 1978 kwam er een gyrokompas aan boord met daaraan een stuurautomaat gekoppeld. In 1990 werd de hoofdmotor vanaf de brug bedienbaar gemaakt, tevens werd een boegschroef in het schip geplaatst.  Voor de bediening van deze motoren kwam er een console aan stuurboord, waarvoor het bankje plaats moest maken.

Van Radio Holland kregen we in 2010 een nieuwe radar. Deze kon boven het console worden opgehangen, met het bedieningspaneel in het console.

Door de voortgang van de techniek werd de radioapparatuur, zoals het nu (weer) in de radiohut staat, overbodig. Alles werd compacter. Nu wordt ook het radioverkeer vanuit de brug geregeld.

Radioruimte

Vanuit deze kleine ruimte bovenin het schip werden de oproep- en noodfrequenties uitgeluisterd en contacten gemaakt met de buitenwereld. Morseseinen met 500 KHz, telefonie met 2182 KHz. ’s Nachts en in de weekeinden was de marconist meestal alleen aan boord. Als er een noodoproep binnenkwam was het zaak zo snel mogelijk contact te krijgen met het schip in nood, want de concurrentie luisterde ook mee.

De sterke zender van de Holland (Debeg ST1400 C) kwam bij het schip in nood zo sterk door, dat de keuze tot berging meestal op de Holland viel. Als er een bergingscontract was afgesloten op basis van “Lloyds open form” - no cure, no pay - waarschuwde de marconist de rest van de bemanning met de scheepshoorn.

'’t Is Guusjen!' wist men dan op het eiland, de kreet voor een schip in nood. Bemanningsleden en opstappers kwamen dan zo snel mogelijk aan boord. De bakker, groentenboer en slager brachten verse waar en de Holland vertrok.

In de bergingsperiode van 1951 t/m 1975 werd er uitgeluisterd met verschillende ontvangers. Niet alle apparatuur uit die tijd is bewaard gebleven. In de radiohut staan op dit moment drie uitluisterontvangers. Twee van het merk Eddystone en één Redifon. Samen met de twee radiorichtingzoekers (peilontvangers) van de firma’s M.P. Pedersen en Telefunken, stonden deze apparaten destijds op uitluisteren. De peilontvangers konden eventueel ook omgeschakeld worden van laagdraadantenne naar peilantenne om de richting van een schip in nood te bepalen. Daartoe stond (en staat er nog steeds) een kruispeilantenne op de bovenbrug. Met behulp van een antennekeuzeschakelaar kan de juiste langdraadantenne voor een bepaalde frequentie gekozen worden. Een zend/ontvangschakelaar zorgt ervoor dat de ontvangers tijdelijk niet kunnen ontvangen, zodra de zender wordt bekrachtigd. Het sterke zendsignaal zou anders deze ontvangers ‘opblazen’, zoals dat in vaktermen heet.

Om berichten door te geven, die een ander niets aangingen, was er een door Doeksen zelf ontwikkelde geheime code. Deze bestond uit groepjes van vijf cijfers, met elk een andere betekenis, van een enkel woord, tot een hele zin. Combinaties hiervan kon een heel verhaal opleveren. Deze code was gebaseerd op het Internationale Seinboek, maar dan nét even anders en veranderde elke dag volgens een vast schema. Om van radiofrequentie te veranderen had men weer een aparte code, bestaande uit tekst voor telefonie en letters voor telegrafie. Een voorbeeld: qrm a3 p voor telegrafie of “Barend zal oproepen” over de telefonie, betekende dat op het kantoor meegeluisterd moest worden op de frequentie 123 meter. Ook hiervoor had men voor elke dag een aangepaste code. Het voorbeeld gold op maandag en dinsdag. De concurrentie heeft deze codes nooit kunnen breken!

 

Kaartenkamer

In de kaartenkamer, de naam zegt het al, worden alle zeekaarten en boekwerken bewaard. De kaarten liggen verdeeld naar vaargebied in de lades van de kaartentafel. Voor de ‘Holland’ kan het aantal kaarten tot over de tweehonderd oplopen.

Op de kaartentafel ligt de zeekaart van het gebied waar men vaart. In deze kaart wordt de koers uitgezet.

Boven de kaartentafel is een boekenplank met alle boekwerken welke voor een veilige vaart nodig zijn. Zoals: Wetboeken en Vaarreglementen, stroomatlassen en de zeilaanwijzingen. Ja, zo heet dat nog steeds.  Hierin staat een beschrijving van het vaarwater, waar en of men een loods moet nemen, hoe je een haven binnenloopt, de eventuele gevaren, de dieptes langs de kades, enz.

Hier staat ook de tweede radar. Als het heel erg dicht van de mist is, staat deze ook bij, op een groter bereik dan die in de brug.